Van pof tot gigot: hoe de schapenboutmouw vorm en naam kreeg
Artikel
Groot, groter, gigot
De schapenboutmouw wordt gekenmerkt door een verbreed volume bij de schouder dat nauwsluitend toeloopt naar de onderarm. Dit creëert een vorm die precies lijkt op een schapenbout (afb. 1). De schapenboutmouwen worden vaak geassocieerd met de romantische periode (1790-1850), maar toch is het een mouwvorm die veel vaker dan alleen in deze periode voorkomt. In het begin van de negentiende eeuw groeide de pofmouw stapsgewijs uit tot de schapenboutmouw. Dit was ook het moment waarop een nieuwe mouwvorm een eigen naam kreeg.
De schapenboutmouw wordt in modewoordenboeken beschreven als een mouw die sterk verbreed is ter hoogte van de schouder en geleidelijk versmalt richting de onderarm en strak zit rond de pols. Het is een mouw waarin het contrast tussen schoudervolume en smalle onderarm maximaal wordt doorgevoerd. In de internationale modegeschiedenis heeft de mouw verschillende benamingen, in het Engels wordt de term ‘leg-of-mutton’ of ‘gigot sleeve’ gebruikt en in het Frans ‘manches en gigot’. ‘Gigot’ wordt in het Nederlands vertaald naar lamsbout.
De schapenboutmouw is geen plotselinge modeontwikkeling, maar een variant van de pofmouw die vanaf het begin van de negentiende eeuw in het modebeeld verschijnt. Tijdens de empirestijle van 1795 tot 1815 lag de nadruk op korte, ronde pofmouwen. In de jaren daarna werden deze mouwen steeds volumineuzer. De korte pofmouw werd vaker gecombineerd met een lange ondermouw of transparante overmouwen. Rond 1820 vond een verschuiving plaats in het modesilhouet. De taille zakt en de mouw wordt nog volumineuzer bij de schouders. Dit is het moment waarop de schapenboutmouw zijn vorm ontwikkelt maar nog niet wordt aangeduid met een specifieke naam. De korte pofmouw en de nauwsluitende mouw blijven in het modebeeld (afb. 2).
Van vorm naar term
Op 25 februari 1824 wordt er in het Franse modetijdschrift Journal des dames et des modes voor het eerst geschreven over ‘manches en gigot’, en wordt er een beschrijving van de mouw gegeven, “De mouwen zijn plat en gigot, dat wil zeggen enorm wijd aan de bovenkant en strak vanaf de elleboog tot aan de pols.” Het modetijdschrift beschrijft geen nieuwe mouwvorm, maar dit is een moment waarop een bestaande mouwvorm een eigen naam krijgt. In de edities die in de maanden daarna volgen, komt de term ‘manches en gigot’ steeds vaker voor.
Maar net als de mode verspreidt de terminologie zich ook. In het Britse modetijdschrift La Belle Assemblée wordt in de editie van september 1824 de term ‘gigot’ gebruikt. La Belle Assemblée hanteert echter een andere toon dan het Franse tijdschrift. Waar Journal des Dames et des Modes de term relatief neutraal introduceert, reageert La Belle Assemblée juist kritisch. Het tijdschrift stelt dat de mouwen terecht ‘gigot’ worden genoemd, waarmee impliciet wordt verwezen naar hun overdreven volume.
Na de introductie van de term ‘manches en gigot’ en ‘gigot sleeves’ in 1824 wordt de mouw in modetijdschriften steeds preciezer aangeduid. De schapenboutmouw krijgt steeds meer varianten die telkens iets van elkaar afwijken. Mouwen die volumineus waren van schouder tot elleboog en vervolgens strak toeliepen naar de pols werden aangeduid als ‘manches à l’Amadis’, ‘à la Médicis’ of ‘à la Maintenon’ (afb. 3). Voor deze mouw wordt nu de term demi-gigot gebruikt. Daarnaast was er ook de ‘imbécile-mouw’, een extremere variant waarin het volume zich over de gehele arm uitstrekte en pas bij de pols werd samengebonden (afb. 4). De term 'imbécile' wordt in Nederland voor het eerst gebruikt om een variant van de schapenboutmouw te beschrijven in 1829, in het Nederlandse tijdschrift Penélopé. Dit gaat samen met de periode van 1825-1835 waarin de schapenboutmouw steeds breder werd. Penélopé gebruikt de term ‘imbécile’ niet als compliment. Ze is kritisch over de nieuwe mouwvorm, dit komt naar voren in de rubriek parijs modenieuws:
‘De mouwen met zooveel regt imbéciles genaamd, bereiken, wanneer men den arm regt uit strekt de hoogte der heupen. Om te beletten, dat dezelve bij den maaltijd niet over de schotels of borden slepen, biedt de dame van het huis hare gasten een zeer elegant speldenkussen aan, waarop lange spelden met gouden koppen met welke men dezelve vastspeldt; thans heeft men elastiquen, gelijk men voor eenige jaren gebruikte om de handschoenen op te houden, welke aan de mouwen dezelfde dienst deden.’
Rond 1837 zakte het volume van schapenboutmouwen van de schouder steeds meer richting de elleboog. Mouwen werden minder wijd en rond 1840 is de nauwsluitende mouw weer terug in de mode.
Tijdloos volume
De schapenboutmouw keerde in de loop van de negentiende en twintigste eeuw meerdere keren terug in het modebeeld. De eerste heropleving was in de jaren 1890 (afb. 5). Eerst wordt het schoudervolume extreem benadrukt, en rond 1895 ontstaan er nieuwe varianten zoals de ballonmouw. Opvallend is dat deze heropleving niet gepaard ging met nieuwe terminologie. Modebladen gebruikten termen als ‘leg-of-mutton sleeve’ en ‘gigot’ veelal als overkoepelende aanduidingen, zonder onderscheid te maken tussen specifieke varianten. In Nederlandse kranten wordt de term gigot mouwen gebruikt. Ook tijdens latere heroplevingen, zoals in 1930, bleef de terminologie grotendeels hetzelfde terwijl de vorm verschoof. Het modesilhouet van de vrouw was recht en slank en de schouders waren iets verbreed. De schouders hadden een pofmouw waarbij het volume vooral op de kop van schouders stond en dus een kopmouw kan worden genoemd.
Rond 1940 en 1950 komt de schapenboutmouw weer terug. De vorm van de schapenboutmouw verandert en wordt steeds minder breed, het is een gematigde variant van de schapenboutmouw. Op 17 januari 1950 publiceert de Telegraaf een rapportage van de nieuwe Parijse mode, ‘Een zwart truitje dat in een groene deux-pieces wordt gedragen, vertoont Dior’s manches a gigot’. Ondanks dat de term ‘manches en gigot’ nog wordt gebruikt in Nederlandse kranten, wordt de term steeds vaker letterlijk vertaald. Vanaf 1950 worden mouwen met veel volume bij de schouder aangeduid met de term schapenboutmouwen en wordt de term gigot mouwen of ‘manches a gigot’ steeds minder gebruikt.
Van pof naar gigot en weer terug
De schapenboutmouw is voortgekomen uit de ontwikkeling van de pofmouw, waarbij het volume steeds groter werd bij de schouder en de ondermouw smal bleef. De introductie van de term ‘manches en gigot’ in 1824 markeerde geen beginpunt van de vorm, maar een moment waarop een bestaande mouwvorm taalkundig werd vastgelegd. In Nederland werd de Franse naam gebruikt, gevolgd door namen als gigot-mouwen. Tijdens latere heroplevingen van de schapenboutmouw veranderde de vorm, terwijl de terminologie grotendeels hetzelfde bleef. Vanaf 1950 werd de Nederlandse benaming schapenboutmouw gangbaar. Het is vanaf dit moment dat de term wordt gebruikt als een overkoepelende aanduiding voor mouwen met een uitgesproken schoudervolume. De schapenboutmouw vormt daarmee een voorbeeld van hoe modetermen door herhaald gebruik en heropleving hun oorspronkelijke precisie verliezen en een meer algemene betekenis krijgen.
Bibliografie
Amelsvoort, Judith. ‘De pofmouw’. Modemuze. https://web.archive.org/web/20260131141621/https://modemuze.nl/blog/de-pofmouw
Hohé, Madelief, Ileen Montijn, en Rosalie Sloof. Romantische Mode: Mr Darcy Meets Eline Vere. Zwolle: Waanders Uitgevers; Gemeentemuseum Den Haag, 2014.
IN PARIJS HERLEEFT DE „SCHAPENBOUT-MOUW” DIOR'S NEW LOOK SOBER VERGELEKEN MET FATH'S LIONNE '52 Rokken niet veel langer MAAR WEL WIJDER EN MET ZEER INGEWIKKELDE PLISSE'S. Het Parool. Amsterdam, 10-08-1951. https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ABCDDD:010830780:mpeg21:p005
Irvine, Brynnea. The appearance and reappearance of the leg-of-mutton sleeve: an analysis of the power of the fashion press. Masterscriptie State University of New York, Fashion Institute of Technology, mei 2021.
Journal des dames et des modes, 25 februari 1824. Gallica. https://gallica.bnf.fr/ark:/12148/bpt6k10101424/f3.image#
Keiser, Sandra J., en Phyllis G. Tortora. The Fairchild Books Dictionary of Fashion, 5th edition. New York: Fairchild Books, 2022.
La Belle Assemblée or, Bell's Court and Fashionable Magazine Addressed Particularly to the Ladies, 1824. Google Books. https://books.google.nl/books?id=SmA-AQAAMAAJ&printsec=frontcover&hl=nl&source=gbs_ge_summary_r&cad=0#v=onepage&q=gigot&f=false
Laver, James. A Concise History of Costume. Londen: Thames & Hudson, 1969.
Penélopé, of maandwerk aan het vrouwelijk geslacht toegewijd, 1829. Google Books. https://www.google.nl/books/edition/_/0MJHQh13CtgC?hl=nl&gbpv=1
Schacknat, Karin. In En Uit de Mode : 2000 Jaar Modevormgeving. Red. Els de Baan. Houten, Arnhem: Terra ; ArtEZ Press, 2014.
Aanvullingen