Kleren geschikt voor een Prins
Artikel
Het feest kan pas echt beginnen als de stadssleutel door de lokale burgemeester aan Prins Carnaval is overhandigd. Zo wordt de Prins gedurende het hele carnavalsweekend baas van de stad. Dat doet hij niet alleen, want net als de burgemeester heeft hij ondersteuning in de uitvoering van zijn taak. Zo wordt hij in Breda (Kielegat) ondersteund door zijn twee pages, een veldwachter (politie), een nar en de Raad van Elf. Gehuld in pakken van fluweel en satijn, gedecoreerd met goudgalon en voor de Prins een ambtsketen, scepter en steek met een enorme fazantenveer.
Fashionforward of traditioneel?
De kleding van de Prins lijkt niet op het inhuldigingskostuum van onze koningen en koninginnen. De inspiratie voor het pak lijkt in de mode van eerdere eeuwen te zijn gevonden. De spletenmode uit de Renaissance, gecombineerd met de wambuis, korte of knielange broek, kousen, korte schoudercape en schoenen met een grote gesp uit de Spaanse periode, uitgevoerd in rijke stoffen en glanzende materialen, maakt de look compleet.
'Never change winning horse' lijkt het motto te zijn van de Bredase prinsen en hun gevolg. Als we het pak van Prins Maskerado II (1952) en dat van Prins Arie (2021) vergelijken, is er in de zeventig tussenliggende jaren ogenschijnlijk weinig veranderd. Er zijn wel kleine verschillen: de parels en andere bling zijn uit de mode geraakt, de broek komt tot de kuit en de prins draagt inmiddels een steek op zijn hoofd. Omdat de kleding zulke specifieke kenmerken heeft en duidelijk maatwerk is, rijst de vraag waar deze nu eigenlijk vandaan komt.
Herkomst pakken
In de collectie van Stedelijk Museum Breda bevinden zich twee kostuums van Prins Carnaval. Ze zijn tussen 1967 en 1972 gedragen door Henk Esser, ofwel Prins Driekus I.
De uniformen hebben een label van ‘J.P. Mol uniformen Breda’. Dit verwijst naar een familiebedrijf dat in de tweede helft van de 19e eeuw ontstond en tot 1972 door de familie Mol werd gerund. De focus van het bedrijf lag op productie van passementen, hoeden en petten. Daarnaast was de fabricage van uniformen voor muziekverenigingen en militaire korpsen een belangrijke tak bij Mol. Het is dus niet verwonderlijk dat de Bredase Prins zijn pakken bij dit.
In 1972 werd het bedrijf overgenomen en voortgezet als Henca. Daarmee hield de productie van het Prinselijk uniform ook op. Maar waar komen de pakken van de Prinsen van na 1972 dan vandaan?
De collega’s van het Kielegats Carnavals Museum verwijzen me naar naar Kleding Service Bosschenhoofd, waar de kleding voor de Prins nog met de hand wordt gemaakt. Heel bijzonder, want bij navraag blijkt dat het pak in andere Brabantse steden vaak in Duitsland wordt besteld. Lokaal wordt het dan alleen passend gemaakt. De drijvende kracht achter Kleding Service Bosschenhoofd is Bianca Franken en ze ontvangt me graag om te vertellen over de kleding van de Prins.
Bianca rolde in het vak door een carriereswitch na de geboorte van haar dochter. Haar schoonvader maakte in die tijd al een langere tijd uniformen voor prinsen en vroeg haar om hem te ondersteunen met het vervaardigen van de emblemen en steken. Van het een kwam het ander.
Sinds 2011 werkt Bianca solo aan de pakken. Ze verzorgt vaak ook de capes voor de Raad van Elf en ze maakt in sommige gevallen andere pakken, zoals dat van de veldwachter of de nar. Het zijn opdrachten die ze graag uitvoert.
Werkwijze
Voor echte carnavalsvierders begint het carnavalsseizoen op 11 november met de bekendmaking van de (nieuwe) Prins. De prins en zijn raad moeten dan natuurlijk al passend gekleed zijn. Voor Bianca betekent dat dat ze al maanden eerder aan het werk begint en het pak in het grootste geheim moet maken.
Prins Carnaval wordt van top tot teen gekleed en zijn pak bestaat uit een steek, een befje van bruidssatijn, een cape, een tuniek, handschoenen, een kniebroek of pantalon, witte kousen en schoenen met versiering.
De Prins komt vergezeld door iemand van het Protocol in haar atelier op bezoek. Ze neemt dan al zijn maten op en informeert bij hem of er een persoonlijke voorkeur met betrekking tot het pak is. Hij kan aangeven of hij flappen of een schootje aan de tuniek wil. Kleuren en decoraties komen daarbij ook aan de orde.
De ervaring leert dat de Prinsen de noodzaak niet zo voelen om trendsetters te zijn. Ze zijn behoudend in hun keuzes en gaan voor donkerblauw en traditionele modellen. Om een pak iets persoonlijks mee te geven wordt er vaak gekozen voor extra borduursel, zoals een druiventros of de drie ‘kussen’ bij Prins Driekus II in 2025.
Als alle wensen zijn doorgenomen, tekent Bianca het patroon en maakt ze een pak van ongebleekte katoen. Dit vormt in feite de basis en het binnenwerk van het definitieve pak. De katoen zorgt voor draagcomfort, want de Prins moet zowel binnen als buiten comfortabel kunnen vertoeven. Het weer met Carnaval is, zoals het Nederlands weer betaamd, wisselvallig te noemen.
Vervolgens is er een passessie. Waarna Bianca aan de slag gaat met het bruidssatijn voor de plooien, fluweel voor de basis, al dan niet met paspel of een contrasterend lint en als laatste het goudgalon en de tressen. Het geheel wordt in elkaar gezet en het pak wordt voorzien van voering.
Nog een laatste pas en de Prins is klaar voor de officiële aftrap van het nieuwe carnavalsseizoen op 11-11: de bekendmaking van Prins Carnaval. En Bianca? Die kan heel even op adem komen voordat de andere opdrachten voor carnaval binnenstromen.
Header: Intocht van Prins Carnaval Hendrik III samen in de boot met burgemeester Chr.Rutten. Fotograaf: BN De Stem/ Johan van Gurp. Collectie Stadsarchief Breda, JVG20040221038.
Aanvullingen