In gesprek met Georgette Koning over VINTÁÁÁGE duurzaam & circulair.
Artikel
Al meer dan tien jaar droomde hoofdredacteur en founder van Mirror Mirror Georgette Koning van een modemagazine dat verder kijkt dan de laatste trends. Met inmiddels de tweede editie van VINTÁÁÁGE duurzaam & circulair in de schappen belicht Koning de ambacht, geschiedenis en circulariteit achter kleding. In dit interview vertelt ze over haar missie om de duurzame modewereld toegankelijker te maken, en waarom inspirerende verhalen krachtiger zijn dan een opgeheven vinger.
Volgens jou is VINTÁÁÁGE duurzaam & circulair ontstaan vanuit de behoefte aan meer verdieping in de modejournalistiek. Hoe merkte je dit op en op welk moment besefte je dat dit magazine er moet komen?
G: Ik heb er wel tien jaar op gebroed, misschien wel langer. Het onderwerp heeft me altijd geïnteresseerd. Van oorsprong ben ik modeontwerper en studeerde ik aan de Rietveld Academie. Daarna werkte ik 7 jaar in Parijs in de mode-industrie en leerde veel over productie en de hele keten: van haute couture tot ready-to-wear.
Vervolgens rolde ik in de modejournalistiek. Toen zat het onderwerp duurzaamheid ook altijd in mijn hoofd, ik merkte dat het als journalist niet makkelijk was om duurzame onderwerpen weg te zetten. Ik heb voor NRC gewerkt en daar vijftien jaar geleden een duurzame pagina doorgedrukt, maar dat verschoof snel naar de tak “lifestyle”. Mijn doel was om lezers te inspireren. Duurzaamheid had toen nog een geitenwollensokken imago, waar veel duurzame merken tegenaan liepen. De meeste merken waar ik over schreef zijn weer verdwenen. Je kan van alles bedenken en maken, maar de consument moet uiteindelijk toch echt meedoen.
Ik heb altijd gehouden van verhalen vertellen en van ambacht. Ik heb onder andere voor het Financieele Dagblad en Het Parool mode-ateliers bezocht en daarover geschreven. Dit deed ik naast de reguliere modeonderwerpen, gewoon omdat ik ervan hou. Alles waar ik van hou komt samen in VINTÁÁÁGE: het vertellen van verhalen en het inspireren van mensen.
Ik wil dat er in het blad vooral vak-experts aan het woord komen, zodat lezers van hun ervaringen kunnen leren, ook als iets is mislukt. Zo heb ik VINTÁÁÁGE ook aangepakt: vakmensen in de schijnwerpers zetten. Dat zie je terug in de opzet van het blad, waarin verschillende vakmensen zoals de conservator, de purist en de activist aan bod komen. Die structuur herhaalt zich in elk nummer, steeds met andere mensen. Het bedenken van die opzet gaf mij duidelijkheid over hoe ik het blad kon invullen. Het laatste nummer wilde ik meer richten op ambacht, al is dat in Nederland lastig, merkte ik. Al mijn kennis komt samen in VINTÁÁÁGE; zonder die basis had ik dit blad niet zo kunnen maken.
De interesse voor vintage is inmiddels ontploft, net als de behoefte aan een circulaire mode-economie en meer kennis daarover. Maar ja, hoe breng je het? Ik wil het wel op een toegankelijke en leesbare manier brengen, niet heel belerend want daar hou ik zelf ook niet van. Ik wilde het inspirerend overbrengen met verhalen.
Dus eigenlijk echt een magazine gericht op kennisdeling.
G: Ja, met veel tekst. Het is een tegenhanger van mijn andere magazine Mirror Mirror, waar het juist veel gaat om beeld. Al heb ik dat blad de laatste tijd ook een meer literaire insteek gegeven. Als onafhankelijke bladenmaker kan ik doen wat ik wil, VINTÁÁÁGE heeft een origineel concept. Een blad in de markt zetten is weer een heel ander verhaal. Je moet echt volhouden, en het moet gefinancierd worden. Dat blijft erg lastig. In dit geval investeer ik zelf in VINTÁÁÁGE. Ik werk niet met subsidies voor VINTÁÁÁGE, het past op de een of andere manier niet bij mij. Ik ben een doener, dus ik begin gewoon. Maar het zou misschien wel slim zijn.
Ik vind het ook wel passend bij het concept van VINTÁÁÁGE, dat daar geen advertenties in staan.
G: Er willen wel partijen in VINTÁÁÁGE staan, maar ik moet mezelf verantwoorden. Dat zijn vaak partijen die het niet helemaal goed doen, de fast fashion-achtige merken. Die denken ook: we doen altijd wel iets aan duurzaamheid. Maar wat ze doen is dan 1% van alles, en daar kom ik niet mee weg. Dus qua verdienmodel maak ik het mezelf best moeilijk. VINTÁÁÁGE is ook niet specifiek een blad over vintage, wat mensen misschien wel denken vanwege de naam. De grap is dat het op zijn Frans moet worden uitgesproken, net als mijn naam. De onderwerpen gaan altijd op de een of andere manier over duurzaamheid. En de insteek is origineel. In het eerste nummer stond bijvoorbeeld een artikel over een economische journalist die had onderzocht of angst het beste middel is om mensen te overtuigen van de noodzaak van duurzaamheid.
Die verschillende stemmen: een econoom, een conservator, een activist, een modefilosoof enzovoort. Waarom is die meerstemmigheid voor jou zo essentieel voor het verhaal wat VINTÁÁÁGE wil vertellen?
G: Dan krijg je een rond geheel. In elk nummer staan ruim twintig interviews, in welke volgorde je die leest maakt niet uit. Je hoeft niet bij het eerste onderwerp te beginnen, je leest wat jij interessant vindt en dan kan je het weer wegleggen. Het is leuk als je het eerste nummer en het tweede nummer hebt. Het is om die reden ook niet trend-gerelateerd, het zit niet aan een tijd vast. Er zitten ook hartstikke goede columns in van Lena Widmann. Heel verrassend en slim doordacht.
Ooit werkte ik voor een magazine dat Morf heette, dat was gemaakt voor kunstacademie studenten. Het concept was om als redactie relevante artikelen te vinden, al waren ze 100 of 200 jaar oud, en die aan te vullen met nieuwe stukken. Dat vond ik een fantastisch concept; waarom zou je niet hele goede artikelen recyclen? Ik hoop over een paar jaar ook artikelen te recyclen uit de eerste nummers van VINTÁÁÁGE. Alle artikel zijn tijdloos, ik zie het blad als een bewaarmagazine.
Ik heb ook lang over de vormgeving nagedacht. Het blad moest geen retro gevoel uitstralen, het is namelijk gewoon van nu en iets moderns. De eerste neiging was toch om iets te doen met bloemetjes of dat soort dingen. Dat moet het gewoon niet zijn. Ik weet gelukkig altijd hoe iets niét moet zijn.
Dan was het qua vormgeving voorspelbaar…
G: Ja, een doorsnee blad. Er is één iemand die alle fotografie mag doen, zodat het qua stijl een geheel is. Klinkt streng misschien, maar dat werkt.
Je had het net al iets verteld over de creatieve visie van VINTÁÁÁGE, de vormgeving en fotografie. Geef je daarbij iedereen een opdracht die ze naar hun eigen hand zetten?
G: Ze krijgen briefings. Ik weet wie ik vraag en wie geschikt is voor iets. De vormgever was ooit bij Mirror Mirror een stagiaire van de toenmalige vormgever. Dat onthoud ik dan. De fotograaf heb ik ontdekt op Instagram, die is zelf stylist en houdt ook van vintage. Dat klopt dan voor mij. Er staat in het blad ook alleen maar vintage kleding in of van een verzamelaar. Daarom staat Wolter Pot erin met zijn liefde voor Margiela, wat een ontzettend populair merk is bij verzamelaars. Voor het volgende nummer zoek ik weer zo iemand die ook in de ban is van een bepaalde ontwerper of een tijdperk.
Start je bij het maken van een editie ook met een bepaalde onderzoeksvraag in gedachten?
G: Ik wilde in het tweede nummer aandacht besteden aan ambacht. Er staat bijvoorbeeld in het blad De Couturier die een fetisj heeft voor patronen en een interview met De Borduurder en met De Boerin Joline Jolink. Wat zij doet is ook ambacht, maar dan als boerin op het land om ambachtelijk vlas te te kweken wat zij weer gebruikt voor kleding, en ze werkt met ambachtslieden.
“De interesse voor vintage is ontploft, net als de behoefte aan een circulaire mode-economie en meer kennis daarover. Maar ja: hoe breng je het?”
Ik was ook benieuwd waarom Carice van Houten de juiste coverpersoon was voor dit nummer. Wat voegt haar verhaal toe aan het bredere gesprek dat VINTÁÁÁGE wil voeren?
G: Ik was net als in het eerste nummer op zoek naar iets met activisme, maar ik kon niets vinden wat mij echt overtuigde. Dus was ik zelf al begonnen met een verhaal over actievoeren met mode als uitgangspunt. Toen hoorde ik dat het programma van Carice van Houten eraan kwam, A Beautiful Mess. Daar ging ik meteen achteraan.
Carice vertelde me dat ze VINTÁÁÁGE had gebruikt als inspiratie voor het tv-programma. Ze noemt zichzelf geen activist, maar een actieve burger. Mooi toch? Het is een oprecht verhaal. Het is echt iemand die gevoelig is en er voor staat voor wat zij doet. Daarbij is het fijn dat zij met een miljoen volgers zoiets doet, het is best bijzonder dat iemand wil meewerken aan een blad dat niet heel bekend is.
Met activisme heb ik gezien dat er alleen iets tot stand komt als er sprake is van herhaling. De meeste dingen zijn eenmalige acties, en dat haalt het nieuws niet. Ik ben zelf niet zo activistisch, dus ik noem het blad dan ook maar een stil protest. Maar ik zou wel kunnen verzinnen hoe je het moet doen, acties uitvoeren is wat anders. Het vergt een specifieke manier om mensen in beweging te krijgen.
VINTÁÁÁGE laat zien dat vintage niet alleen over kleding gaat, maar ook over cultuur, geschiedenis en technologie. Hoe bewaak je tijdens het maakproces de balans tussen die journalistieke verdieping en een inspirerend modemagazine?
G: Je noemt het eigenlijk al, de balans is belangrijk. Je hoeft niet vier stukken te hebben die alleen over techniek gaan. Er gebeurt heel veel op dit gebied, dus het is kiezen, heel goed kiezen. Waarvan ik denk: daar zie ik wél toekomst in.
Daarom zit er in VINTÁÁÁGE een verhaal met een couturier met een patronenfetisj, en dat is dan ook meteen de beste couturier. Ik wil altijd iemand die heel goed is in iets. Of het is juist een gevoelsverhaal, zoals het interview De erfgenaam die totaal niet weet wat ze met de bergen vintage kleding aan moet die ze erft van haar moeder. Originaliteit qua onderwerpen is belangrijk. Gelukkig heb ik een neus voor zulke onderwerpen.
Als journalist is mijn doel altijd geweest om dingen te ontdekken. Nieuwsgierigheid is cruciaal. Zo’n vijftien jaar geleden was ik de eerste modejournalist in Nederland met een dagelijks modeblog met een sterke mening. Ik ging onder andere naar mode-exposities en shows in Parijs en dan blogde ik dat meteen, dat deed niemand. Dat vond ik heel raar.
Hoe zie je de toekomst van VINTÁÁÁGE? Welke gesprekken hoop je nog aan te jagen?
G: Het gaat allemaal intuïtief bij mij, maar ik zou hier wel lang mee door willen gaan. Het is al leuk om verhalen te bedenken, en mensen te vragen om te schrijven en zelf schrijf ik ook graag. Ook leuk is om het weg te kunnen zetten in print, juist in print! Als tegenhanger van sociale media.
“Ik ben zelf niet zo activistisch, dus ik noem het blad dan ook maar een stil protest."
Nieuwsgierig?
VINTÁÁÁGE duurzaam & circulair is verkrijgbaar in print voor € 8,95 en digitaal €4,95 via vintaaage.nl. Het is onder meer te koop bij Athenaeum in Amsterdam, Kunstmuseum Den Haag, Donner in Rotterdam en Kiki Niesten in Maastricht.
Aanvullingen