De Bakkersbuis: het uniform van de Nederlandse bakker
Artikel
Dit iconische kledingstuk is terug te vinden in de historische prenten van Anton Pieck, tot de worstenbrood-masterclass van Robert van Beckhoven. Toch rest de vraag hoe dit beeld nou is ontstaan: waarom is juist deze Bakkersbuis een kenmerkend aspect van ons collectief geheugen?
In dit artikel vertel ik over de geschiedenis van dit bekende kledingstuk. Dat doe ik aan de hand van verschillende voorbeelden, onder andere uit het familiearchief van Bakkerij Douenburg, waar al 120 jaar wordt gebakken.
Een eerste aanknopingspunt voor de bakkersbuis
In 1905 begon Bakkerij Douenburg in het Noord-Brabantse dorpje Rijsbergen met het bakkersambacht. De eerste bakker Petrus Antonius ‘Toon’ Douenburg beheerde van 1905 tot 1937 de bakkerij. Dit is nog niet de bakkerij hoe wij die kennen. Het is beter voor te stellen als een kruidenier of proto-supermarkt. Met een onvoorspelbare oven gestookt op takken.
Een van de oudste fotos uit het archief geeft al meteen weg wie de bakker is. Toon Douenburg is immers verbeeld in een witte jas, achter zijn bakkersfiets waarmee het brood werd rondgebracht. Deze foto is waarschijnlijk gemaakt in de eerste jaren van de bakkerij. Dat weten we omdat Toon op deze foto jonger is dan op de foto uit 1915, die tijdens de Eerste Wereldoorlog is gemaakt (middelste rij, rechts).
Was dit dan een van de eerste afbeeldingen van een bakker in wit? Nee, we kunnen deze beschrijving al eerder terugvinden in de Nederlandse literatuur. Het beeld van ‘een gezette man in een witte outfit’ is terug te voeren naar 1839. Zoals Hildebrand beschreef in zijn roman Camera Obscura:
“[Bakker de Groot] was een ordentelijke, goedhartige, vrolijke man, die er heel veel plezier in had [...]. Toen verhief zich de vrolijkheid tot uitgelatenheid. De Groot stopte een klein houten pijpje, dat hij in de hand had, en daalde weder ter bakkerije… ...de bewegingen van een meesterkoekebakker en zijn gezellen, die in hun witte linnen pakjes al zulke schone wonderen kneedden,” (Beets, Nicolaas, and Marijke Stapert-Eggen. 1978. Camera obscura: met de Verspreide Stukken, Amstel-klassieken, p. 169).
Bijna een eeuw later, in 1928, zien we op de kaft van het kinderboek Herman van Dalen een bakker die een bakkersbuis draagt. De pijp is verdwenen, maar de witte linnen pakken zijn gebleven. Rond 1940 duikt dit beeld weer op, maar in het theater.
Kostuumontwerper Rie Cramer (bekend van veel kinderboekenillustraties) beeldde Bakker de Groot uit voor het toneelstuk Camera Obscura. Dit kostuum is misschien wel het meest kenmerkende beeld van de Nederlandse bakker. In dit kostuumontwerp zien we de kenmerken van de bakkersbuis duidelijk terug. Van de karakteristieke knopen naast het midden, tot de platte kraag, en de muts als kers op de taart.
De beschrijving van een bakker in wit linnen zit diep in ons collectieve geheugen. Vooral de bakkersbuis vertegenwoordigt de erfenis van het bakkersambacht. Het is een beeld dat zichzelf waarschijnlijk in stand heeft gehouden.
Een bakker is goed gemutst
Naast de focus op de bakkersbuis zien we in de verschillende beelden ook de broek en muts als onderdeel van het gehele bakkerstenue. Ondanks dat deze tegenwoordig niet meer gedragen worden, is het toch een blik waard.
De typerende blauw geruite broek gemaakt van Blauw-wit bontgeweven stofwas, was vroeger een standaard onderdeel van de outfit. Maar door de komst van de spijkerbroek werd deze broek uiteindelijk vervangen door een goedkoper en steviger alternatief. Toch duikt de bakkersbroek in sommige bakkerijen nog op, bijvoorbeeld in deze beeldrapportage van De Correspondent over Amsterdamse Zuurdesembroodbakkerij Fort Negen.
Ook de bakkersmuts is nog interessant om te belichten. Vooral in kinderboeken wordt aandacht besteed aan dit hoofddeksel. In het kinderboek In de bakkerij uit 1940 volgen we twee kinderen door hun avontuur in de bakkerij. De illustratie leunt weer tegen het beeld dat we kennen aan.
Ook in onze familiebakkerij valt wat op. De bakkersmuts komt alleen tevoorschijn tijdens de communie-uitjes van kinderen uit het katholieke dorp. Deze muts is een stuk promotiemateriaal van kwaliteitskeurmerk en branche organisatie Het Echte Bakkersgilde, dat vooral de Branding en kwaliteitskeurmerk waarborgde vanaf 1970.
In oude foto’s van rond 1970-1980 zien we dat deze mutsen tevoorschijn kwamen voor deze feestjes, ieder kind kreeg hun eigen muts en de bakkers droegen er voor de feestelijkheid ook een. Dikwijls droegen ze op een werkdag het liefst een pet.
Een bakkersbuis is geen werkkleding
Toch valt er iets op in het gros van de foto’s vanuit de bakkerij: de bakkers dragen de bakkersbuis helemaal niet tijdens het werk. Dat heeft een simpele reden: de buis is ongeschikt om in te werken. Het ontwerp biedt de schouders te weinig beweegruimte. Het kledingstuk is ook gemaakt naar het lichaam van de man. In een bakkersbuis is weinig ruimte voor de borsten, waardoor het voor vrouwen minder goed past.
Daarnaast was een bakkersbuis niet goedkoop, dus werd er vaker een wit T-shirt gedragen. Dat is niet gek, want tijdens het werk moet vooral te zien zijn dat kleding schoon en bloem-wit is. Een T-shirt was bovendien flexibeler: je kon er makkelijker in bewegen en het was eenvoudig te vervangen wanneer de vlekken er niet meer uit gingen.
Wat is de bakkersbuis dan wel? Onderstaande twee foto’s van mijn opa, Anton Douenburg geven het weg. Het is een ceremonieel uniform dat uit de kast werd gehaald bij officiële gelegenheden. De buis werd bijvoorbeeld gedragen tijdens de parade voor 50 jaar bevrijding in het dorp. Met het reliek van de bakkersfiets verbeeld Anton ‘de bakker zoals we die kennen’ uit ons collectief geheugen. Het beeld dat door de tijd heen stand heeft gehouden van literatuur tot beeldcultuur.
De bakkersbuis zien we ook regelmatig tijdens wedstrijden van Het Echte Bakkersgilde, in uitlegvideo’s van Robert van Beckhoven op Youtube, en tijdens het in ontvangst nemen van prijzen. Het is een zichtbaar teken van expertise, vergelijkbaar met de witte jassen van doctoren. Net zoals mensen een dokter meer vertrouwen wanneer die een witte jas draagt, geldt dat ook voor de bakker met zijn bakkersbuis.
De bakkersbuis: een teken van vakmanschap
De bakkersbuis is het meest herkenbare icoon van het Nederlandse bakkerserfgoed. Het zit verweven in ons collectief geheugen, in de media die we consumeren, en in het vertrouwen dat we hebben in een goede bakker.
Het is een ceremonieel uniform dat wordt gedragen bij de speciale momenten van het bakkersvak. Vandaar dat ook de bakkersbuis van mijn Oom, Joost Douenburg netjes in het kantoor van de bakkerij hangt. Het is meer dan een stuk stof:, het staat voor meer dan honderd jaar aan (familie-)geschiedenis en vakmanschap.
Aanvullingen